Durf te dromen!

Oktober 2020

Op het digitale fietscongres dat plaatsvond op 3 september 2020 presenteerden Carmen Linssen en Rens Jonker de sessie ‘Durf te dromen’. Dit artikel is een tekstuele samenvatting van die sessie. Scroll naar beneden om de volledige sessie terug te kijken. Klik op de linkjes in de tekst voor meer achtergrondinformatie!

Soms lijken we te vergeten hoe uniek onze Nederlandse fietscultuur is.  Reizen naar het buitenland doen ons dan vaak pas inzien hoe bijzonder het in ons eigen land is. Bij buitenlandse vakgenoten lijkt soms de gedachte te heersen dat Nederlanders op de fiets geboren worden en dat de fietspaden spontaan naast onze autowegen groeien. Echter, in de jaren ’70 hebben Nederlanders een heftige strijd gevoerd voor een straatbeeld dat destijds nog een droombeeld was. Met slogans als ‘Stop de kindermoord’ werd duidelijk gemaakt wat er op het spel stond. Door tijdelijke straatafsluitingen en -herinrichtingen droeg de protestbeweging concrete alternatieven aan voor de publieke ruimte.

Deze protestbeweging heeft haar dromen voor een groot deel kunnen realiseren en daardoor Nederland een enorme voorsprong gebracht op het gebied van fietsinfrastructuur. Nederlanders zijn gezonder, leven daardoor langer en fietsen levert de maatschappij zelfs per saldo geld op, in tegenstelling tot bijvoorbeeld reizen met de personenauto of het openbaar vervoer.

De afgelopen jaren zien we een toename in het aantal fietspadgebruikers. Op verschillende plaatsen in het land ontstaan fietsfiles tijdens spitsuren, wat ertoe kan leiden dat mensen omfietsen, minder vaak fietsen of zelfs een ander vervoersmiddel kiezen. Tegelijkertijd neemt de diversiteit aan fietspadgebruikers toe. Denk aan bijvoorbeeld bakfietsen, vrachtfietsen, e-bikes, speed  pedelecs en (hoewel illegaal) soms zelfs elektrische steps. Tel hierbij op dat de snelheid en het gedrag van deze gebruikers sterk verschilt en chaos is gegarandeerd.

Om tal van problemen in mobiliteit het hoofd te bieden, vallen we toch steeds terug op de fiets en blijven we denken vanuit de oplossingen waarvan de wortels in de jaren zeventig liggen. Gaan we hiermee niet ten onder aan de ‘wet van de remmende voorsprong’?

In plaats van dagelijks vijf bestelbussen in de straat, hebben we binnenkort dagelijks vijf bakfietsen in de straat om onze bestelde goederen af te leveren. Om fietsfiles op te lossen creëren we meer en bredere fietspaden, terwijl we van de auto weten dat meer infrastructuur alleen maar uitnodigt tot meer verplaatsingen. Daarmee doet het effect van de extra infrastructuur zich binnen enkele jaren alweer teniet. En hoewel de naam ‘fietsstraat’ anders doet vermoeden, komt in zo’n straat nog steeds gemotoriseerd verkeer en geniet de fietser geen extra bescherming.

Een bredere blik op mobiliteit en ook onze uitgangspunten ter discussie stellen kan ons dus verder brengen in het oplossen van de ‘luxeproblemen’ die onze fietscultuur met zich meebrengt. Is onze bezorgverslaving bijvoorbeeld wel in stand te houden als dit zoveel overlast met zich meebrengt? Lopend of met de fiets naar een pakketpunt is veel duurzamer! En misschien kunnen we in plaats van ons sneller (en daarmee vaak verder) te verplaatsen, onszelf wel minder verplaatsen. Voor wat nieuwe inspiratie hebben we drie voorbeelden van buiten de landsgrenzen.