De kracht van ‘Natuurlijk sturen’

Oktober 2021

Borden, markering, drempels; eigenlijk zijn het de ‘grove’ middelen om gedrag van verkeersdeelnemers te sturen. Bij waterschap Rivierenland lukt het om op andere manieren gedrag succesvol te beïnvloeden. Alexander Beterams van Loendersloot Groep in gesprek met opdrachtgever Tonnie Roelofs over hun gebalanceerde inzet van ‘Natuurlijk sturen’.

Tonnie: “Het concept van ‘Natuurlijk sturen’ is ontstaan omdat verkeerskundigen tegen grenzen aan liepen. Hoeveel drempels kun je leggen om de snelheid omlaag te krijgen? Hoeveel borden kun je plaatsen om ongewenst gedrag te voorkomen? En hoeveel strepen op de weg kun je aanbrengen om de aandacht van bestuurders alleen op de weg te houden? Gebrek aan ruimte was bij ons waterschap een belangrijke aanleiding om tot een andere manier van denken te komen ten aanzien van weginrichting.”

Alexander: “Bijzonder bij het waterschap is dat het één van de weinige waterschappen is met verantwoordelijkheid voor het beheer en onderhoud van wegen. De structuur van het wegennet in het gebied Alblasserwaard en Vijfherenlanden is ontstaan uit het zich ontwikkelende landschap. Hierdoor werd het bij jullie mogelijk om landschappelijke en ruimtelijke elementen aan te grijpen om het oorspronkelijke karakter van de weg terug te brengen en de blik van de bestuurders juist te vergroten.”

Tonnie: “Veiligheid is wel altijd ons hoogste doel. Je boekt veel winst als je natuurlijke elementen ten dienst stelt van de veiligheid. Zo zakt door inklinking het maaiveld steeds verder, waardoor duikers en bruggetjes over watergangen steeds hoger zijn komen te liggen. Daarmee ontstaan natuurlijke snelheidsremmers in de weg.”

Alexander: “Dan kun je wel weer veel gaan uitgeven aan ophogen of klassiek markeren, maar je kunt ook met andere natuurlijke kleuren gaan werken op het wegdek en bijvoorbeeld de hekjes van bruggen accentueren of nieuwe duurzame hekjes plaatsen.”

Tonnie: “En doordat die dicht op de weg staan ontstaat er gevoelsmatig een versmalling of attentie, maar juist dat gevoel genereert gebruikersgedrag dat de weg veiliger maakt, doordat er langzamer wordt gereden.”

Alexander: “Het verschil tussen doorzicht en zicht is er ook zo één. Bij de nadering van een kruising of een rotonde geeft veel doorzicht de mogelijkheid om met hogere snelheid over een kruising te gaan. Door dat doorzicht weg te nemen met beplanting ben je natuurlijk aan het sturen naar veiliger gedrag.”

Tonnie: “Met uiteraard wel behoud van zicht op de kruising zelf! Het is balanceren tussen officiële richtlijnen en nieuw inzicht. De balans zoeken is altijd lastig. Er is veel mogelijk, maar je moet het goed kunnen onderbouwen en je hebt bestuurders nodig die achter je staan. Het mooie van 12 jaar werken met ‘Natuurlijk Sturen’ is dat we veel voorbeelden hebben die tonen dat het werkt! En dat we andere wegbeheerders en kennisinstituten inspireren, zoals met licht gekleurde fietssuggestiestroken.

Alexander: “Nog zo’n mooi voorbeeld is een weg met lintbebouwing aan één kant. Door tuinen en knotwilgen zocht het verkeer steeds de berm op aan de overkant waar de berm steeds werd stuk gereden. Daar hebben we in de binnenbochten knotwilgen neergezet. Berm weer prima in orde en de gemiddelde snelheid nog teruggebracht ook!”

Tonnie: “Doe het naast de weg, daar is het ook effectief. Daar ben je echt natuurlijk aan het sturen. Aanpassing op de weg zelf kunnen de last voor vrachtverkeer en landbouwers veroorzaken en kunnen op hun beurt overlast geven voor bewoners. Het is een leerproces. Borden kunnen heel functioneel zijn, maar dan moeten ze er echt alleen staan als ze relevant zijn. Dan vallen ze pas echt in het oog!”

Alexander: “En dan krijg je weer dat burgers naar zo’n andere situatie verwijzen. Ze hebben het gezien en willen het ook. Bewoners zijn uiteindelijk ook de experts. Stel je kwetsbaar op als verkeerskundige en betrek hen en andere gebruikers vroegtijdig bij het maken van de plannen.”

Tonnie: “Ja, je moet je nek uitsteken; dat maakt het spannend. En met alleen natuurlijk sturen kom je er ook niet. Soms is er toch ondersteuning nodig met  een drempel. Dat doen we dan wel op onze eigen manier, regelmatig met aangepast talud, kleuren of taludmarkering. Opdat het echt passend is; dat is wat je het liefste wilt.”